Homepagina > Nieuws > Flink deel van jongeren in Zuidoost-Brabant al voor corona-crisis niet lekker in vel

Flink deel van jongeren in Zuidoost-Brabant al voor corona-crisis niet lekker in vel

Resultaten van de Jeugdmonitor 12-18 jaar

6-7-2020

Jongeren in de regio Zuidoost-Brabant zijn over het algemeen best tevreden over hun eigen gezondheid: slechts 1 op de 7 beoordeelt deze als matig tot slecht. Hierin zien we geen verandering de laatste jaren. Dit is wel het geval als we kijken naar het welzijn van jongeren. Veel jongeren voelen zich eenzaam, ervaren stress, met name door school, maken ingrijpende gebeurtenissen mee zoals bijvoorbeeld een (v)echtscheiding, staan bloot aan allerlei verleidingen en zijn op zoek naar zichzelf. Dit blijkt uit de Jeugdmonitor die in het najaar van 2019 is afgenomen onder ruim 24.000 12- tot en met 18-jarigen uit de regio. Een derde van hen deed mee.

Grootste uitdaging is verbeteren mentaal welbevinden
Uit het onderzoek blijkt dat een flink deel van de jongeren al tijdens het ‘oude normaal’ niet ‘lekker in zijn vel’ zat. Een derde van de jongeren is eenzaam. Deze jongeren missen een relatie met een goede vriend(in) of goede contacten met bijvoorbeeld klasgenoten, teamgenoten of collega’s. Deze groep is gegroeid ten opzichte van vier jaar geleden, toen een kwart eenzaam was. Ook zijn steeds meer jongeren ernstig eenzaam: we zien een stijging van 2% naar 5%.
Ruim 1 op de 6 jongeren voelt zich psychisch ongezond (anderhalf keer zoveel als in 2015) en 35% voelt zich (zeer) vaak gestrest door één of meer factoren, met name door school (25%) en alles bij elkaar (school, huiswerk, sociale media, bijbaantje). Ook meer jongeren dan in 2015 hebben suïcide overwogen het afgelopen jaar (13% versus 8%). Gelukkig zien we geen toename in het aantal pogingen.
Om het welzijn van jongeren  in deze belangrijke ontwikkelingsfase te verbeteren, zijn steun en begeleiding vanuit de omgeving essentieel. Meer aandacht voor vroegsignalering en tijdig bespreekbaar maken van psychische problemen bij adolescenten is van belang. Ook structurele aandacht voor preventie is nodig. Scholen kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Positief is wel dat meer jongeren dan vier jaar geleden hun ouders of een professional om hulp zouden vragen als er problemen zijn. 

Steeds minder jongeren roken …
Gunstig is dat het aantal jongeren dat wel eens rookt is gedaald. In 2011 had 26% van de 12-18 jarigen ooit gerookt, rookte 7% op dat moment en 5% dagelijks. In de huidige meting gaf 9% aan ooit te hebben gerookt, 5% op dit moment en rookt 2% dagelijks. Omdat de meeste volwassen rokers in hun jeugd zijn begonnen met roken blijft het van belang om regionaal aandacht te schenken aan het bewerkstelligen van een rookvrije omgeving (bijvoorbeeld: thuissituatie, sportclub, schoolplein), waar onze jeugd een goed voorbeeld aan heeft.

… maar aandacht voor alcohol- en drugsbeleid blijft van belang
Het verhogen van de leeftijdgrens voor alcohol in 2014 heeft ervoor gezorgd dat jongeren later beginnen met drinken. Was de gemiddelde startleeftijd in 2007 14,8 jaar, dit is nu verschoven naar 16,2 jaar. Minder jongeren hebben in de afgelopen maand alcohol gedronken dan in de voorgaande jaren. Maar verschillen tussen gemeenten blijven duidelijk zichtbaar. Mooi is ook dat meer ouders vinden dat hun kind minder moet drinken. Bij 89% van de jongeren zijn er thuis regels over alcoholgebruik. Ondanks dat, drinkt nog steeds een vijfde tot een kwart van de jongeren veel te veel (binge drinken of dronken/aangeschoten in de afgelopen vier weken). Een verbod door ouders zou daarom een beter resultaat opleveren, zowel wat betreft de startleeftijd als het overmatige gebruik.
Ook blijft aandacht voor drugsbeleid nodig. We zien dat meer jongeren drugs uitproberen, wat heeft geleid tot een lichte toename in zowel soft- als harddrugsgebruik. Ook heeft 6% van de 12-18 jarige jongeren aangegeven dat ze ooit lachgas heeft gebruikt. 

Meer jongeren hebben last van hun gehoor
Ruim 40% van de jongeren in de regio heeft wel eens last van het gehoor. Ze ervaren een piep in de oren, een doof gevoel of kunnen minder goed horen. Deze groep is groter dan in 2015, toen een derde daar last van had. Bij 5% speelt dit vaak tot altijd. Omdat gehoorschade niet te genezen is, is preventie door het beschermen van het gehoor en het creëren van een veilige omgeving belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld door het dragen van oordoppen met muziekfilter tijdens het uitgaan of door het volume van muziek op de telefoon te begrenzen. Minder jongeren dan in 2015 doen iets om hun gehoor te beschermen, met name tijdens het luisteren van muziek. Het gebruik van oordoppen tijdens het uitgaan is overigens sterk toegenomen (18% versus 9% in 2015).

 
Meer resultaten van de Jeugdmonitor 2019 vind je op GGD Kompas