Homepagina > Nieuws > Ouders gaan bewuster om met gezondheid kinderen

Ouders gaan bewuster om met gezondheid kinderen

Resultaten van de jeugdenquete

14-10-2014
Kinderen in de regio Zuidoost-Brabant eten dagelijks meer groente en fruit. Ook zijn de leefgewoonten van moeders tijdens de zwangerschap verbeterd en worden kinderen steeds minder blootgesteld aan (sigaretten)rook in huis.
Dit zijn enkele resultaten uit een onderzoek van  de GGD Brabant-Zuidoost naar de gezondheid van 0 t/m 11 jarigen in de regio. Bijna 12.000 ouders namen eind 2013 aan het onderzoek deel.
 
De jeugdmonitor is een grootschalig onderzoek naar de gezondheid van kinderen in de leeftijd van 0 t/m 11 jaar. De GGD Brabant-Zuidoost voert dit onderzoek in deze regio een keer in de 4 jaar uit in opdracht van alle gemeenten. Met de resultaten kan de gemeente bepalen of hun lokale gezondheidsbeleid moet worden aangepast. Ouders, die een uitnodiging voor de enquête ontvingen, zijn via een steekproef uit het bevolkingsbestand geselecteerd. De geselecteerde ouders konden schriftelijk of via internet deelnemen.
 
Dagelijkse groente en fruitconsumptie neemt toe
Het percentage 0 t/m 11 jarigen dat dagelijks groente en fruit eet, is toegenomen: groente van 62% in 2008 naar 72% in 2013 en fruit van 68% naar 77%. Maar de cijfers laten ook zien dat kinderen steeds minder fruit eten als ze ouder worden. Jong geleerd en blijven leren tijdens de basisschoolperiode blijft dus belangrijk.
 
Leefstijl en invloed ouders verbetert
Ouders lijken ook zelf hun gedrag te veranderen. Tijdens de zwangerschap heeft 4% van de moeders alcohol gedronken. Dit was in 2008 nog 10%. Het percentage ouders dat rookte tijdens de zwangerschap is afgenomen van 16% in 2008 naar 11% in 2013.
Het rookgedrag van ouders in huis is ook verbeterd. Het percentage kinderen dat thuis wordt blootgesteld aan (sigaretten)rook, daalde van 14% in 2008 naar 5% in 2013. Het percentage kinderen van 0 t/11 jaar dat wel eens alcohol heeft gedronken is ook flink gedaald; van 10% naar 4%.
Ouders hebben een andere houding ten aanzien van de leeftijd waarop kinderen voor het eerst mogen drinken. Zo vond in 2008 een grote meerderheid (70%) van de ouders nog dat het eerste glas verantwoord was onder de 18 jaar. Nu is dat een minderheid (46%).
 
Te weinig sport, te veel TV en PC
Er zijn echter ook nog aandachtpunten naar voren gekomen. Sporten op school nam af: 70% van de basisschoolleerlingen sport minstens twee keer per week op school. Dat was in 2008 nog 77%. Thuis zit maar liefst 30% van de kinderen meer dan 14 uur per week achter de televisie of computer. Dit is langer dan de internationale richtlijn en een toename ten opzichte van 2008 (24%).
Buiten spelen is een goede manier om kinderen te laten bewegen. Echter, 14% van de ouders is (zeer) ontevreden over de speeltuin en –mogelijkheden in de buurt. Hun kinderen spelen dan ook minder vaak buiten. Eén op de zeven ouders mist een veilige speelplek of -tuin in de directe omgeving, 11% mist een grasveld in de buurt.
 
Opvoeding: meer vragen en hulp uit de omgeving
Bij opvoedvragen of –problemen doen ouders  vaker een beroep op hun sociale netwerk: ruim een vijfde vraagt hulp of advies aan familie, vrienden of kennissen. Dit is een toename ten opzichte van 2008 (18%).
37% Van de ouders heeft soms tot vaak problemen met de opvoeding. De meeste problemen gaan over luisteren en gehoorzamen (21%) en over het stellen van grenzen en regels (15%). Het aantal ouders dat wel eens vragen heeft over opvoeden nam toe van 47% naar 57%.
 
Meer resultaten
Uit het onderzoek kwam nog een aantal opvallende resultaten:
  • 8% van de kinderen heeft een verhoogd risico op psychosociale problematiek, zoals hyperactiviteit en emotionele problemen.
  • Bijna een kwart van de 4 t/m 11 jarigen wordt soms of (heel) vaak gepest. Dit neemt duidelijk toe met de leeftijd en komt vaker voor bij jongens.
  • Door geldgebrek is 4% van de kinderen geen lid van een (sport)club of vereniging en kan 2% van de kinderen niet op zwemles.
  • Sinds 2008 is het aantal kinderen met overgewicht gelijk gebleven. Helaas heeft nog steeds 9% van de kinderen overgewicht; 2% heeft zelfs ernstig overgewicht (obesitas).
De gegevens uit dit onderzoek gebruikt de gemeente voor het lokale gezondheidsbeleid en het organiseren van activiteiten. De gemeente krijgt hiermee antwoord op vragen als: Passen de voorzieningen nog bij wat kinderen van 0 t/m 11 jaar nodig hebben om zo gezond mogelijk te leven? Kunnen kinderen voldoende veilig buiten spelen? Is er voldoende ondersteuning rond de  opvoeding? Zijn er veranderingen vergeleken met het onderzoek van vier jaar geleden?