Homepagina > Partners > Artsen > Infectieziekten > Wering school

Wering school

Scholen en kinderdagcentra vragen de GGD, het consultatiebureau of de huisarts regelmatig om advies over het al of niet toelaten van een kind met een besmettelijke ziekte. Wering is alleen zinvol als dit leidt tot een forse reductie van de in de groep circulerende pathogenen en zodoende ernstige ziektegevallen kunnen worden voorkomen. Bij de effectiviteit van weren spelen de besmettelijke periode en het percentage subklinisch verlopende infecties een belangrijke rol.

In de praktijk is wering slechts bij enkele infectieziekten noodzakelijk. Vaak zijn het in acht nemen van de hygiëne en het adquaat behandelen van zieke kinderen afdoende. In onderstaande vindt u de overwegingen per infectieziekte. U kunt hierover natuurlijk altijd overleggen met het team infectieziekten.

Diarree

Alleen bij bloederige diarree is wering noodzakelijk. Een kind met bloederige diarree moet in elk geval thuisblijven totdat bekend is waardoor de diarree veroorzaakt wordt. Als broertjes en zusjes van een kind met bloederige diarree zelf ook klachten hebben moeten zij ook thuisblijven.

Shigella (dysenterie)

Een kind met dysenterie mag niet naar school komen. Ook broertjes en zusjes die diarree hebben (met of zonder bloedbijmenging) moeten thuisblijven, totdat duidelijk is of zij ook dysenterie hebben. Overleg altijd met de GGD over het weren en weer toelaten van kinderen met dysenterie.

Hepatitis A

Indien er op een basisschool een kind of beroepskracht hepatitis A heeft, moet deze persoon thuisblijven tot een week na het ontstaan van de geelzucht. Hepatitis A kan op basisscholen tot langdurige epidemieën leiden onder leerlingen en hun ouders. Het tijdelijk weren van zieke kinderen levert een bijdrage aan het beperken van het probleem.

Meningococ

Wering is niet nodig en niet zinvol. Een kind met hersenvliesontsteking is te ziek om school te bezoeken. Bovendien is contact met meningokokken niet te vermijden omdat een aanzienlijk deel van de mensen deze bacterie bij zich draagt in de neus. Ook broertjes en zusjes van het zieke kind mogen gewoon naar school komen.

Kinkhoest

Een kind met kinkhoest hoeft niet geweerd te worden. Op het moment dat de diagnose wordt gesteld is de meest besmettelijke periode meestal al voorbij.

Koortslip

Een kind met een koortslip kan gewoon naar school. Doordat het virus bij zeer veel mensen voorkomt en deze mensen ook steeds opnieuw weer besmettelijk zijn, is infectie gedurende de jeugd in de praktijk moeilijk te voorkomen.

Krentenbaard

Wering is niet noodzakelijk. Kinderen met impetigo mogen in principe de school of de buitenschoolse opvang bezoeken. In uitzonderingsgevallen kan de GGD adviseren om in een groep waar meerdere kinderen impetigo hebben, óf wanneer een kind uitgebreide laesies heeft, de kinderen/het kind pas toe te laten als de aandoening wordt behandeld met antibiotica of als de blaasjes zijn ingedroogd. Ingedroogde blaasjes zijn niet besmettelijk. De blaasjes afplakken met een pleister is niet wenselijk omdat hierdoor ‘broei’ kan optreden en de krentenbaard zal uitbreiden.

Mazelen

Wering is niet noodzakelijk. Mazelen is zo besmettelijk - al voor het ontstaan van de ziekteverschijnselen - dat besmetting al plaatsgevonden heeft voordat de diagnose wordt gesteld. Daarnaast zijn kinderen met mazelen meestal te ziek om naar school te gaan.

Paratyfus

Een kind met paratyfus mag niet naar school komen. Ook broertjes en zusjes die diarree hebben (met of zonder bloedbijmenging) moeten thuisblijven. Overleg altijd met de GGD over het weren en weer toelaten van kinderen met paratyfus.

Rode Hond

Wering is niet noodzakelijk. Wel moeten bij een bevestigd geval van rodehond zwangere moeders en beroepskrachten gewaarschuwd worden.

Roodvonk

Wering is niet noodzakelijk. In uitzonderingsgevallen kan de GGD in overleg met de huisartsen adviseren om zieke kinderen alleen na behandeling met antibiotica op school toe te laten.

Schurft”

Wering is niet noodzakelijk. Wel moet een kind dat schurft heeft behandeld worden. Alle gezinsleden (ouders, broers, zussen en eventuele andere inwonende personen) moeten worden mee behandeld, ook als zij geen klachten hebben. De behandeling moet bij alle gezinsleden gelijktijdig plaatsvinden.

Steenpuisten

Wering is niet noodzakelijk als de steenpuist wordt behandeld en afgedekt.

Tuberculose

Een kind met open tuberculose moet geweerd worden zolang het besmettelijk is, dit is meestal tot drie weken na de start van de behandeling maar soms langer. Overleg hierover altijd met de GGD. Een kind met gesloten tuberculose is niet besmettelijk voor anderen en mag, als het zich goed voelt, naar school komen.

Vijfde ziekte (erythema infectiosum, parvovirusinfectie)

Wering is niet zinvol. Op het moment dat de diagnose gesteld wordt, is het kind niet besmettelijk meer. Wel moeten bij een bevestigd geval van de vijfde ziekte zwangere vrouwen en beroepskrachten geïnformeerd worden. Ook ouders van kinderen met bloedziekten moeten worden geïnformeerd, omdat bij deze kinderen de ziekte ernstig kan verlopen.

Waterpokken

Wering is niet zinvol omdat besmetting al heeft plaatsgevonden voordat de blaasjes ontstaan. Wel moeten de overige ouders geïnformeerd worden dat er waterpokken heerst. Dit geldt met name voor ouders van kinderen met een gestoorde afweer en zwangeren die op het punt staan om te bevallen.

Voor alle andere infectieziekten is sowieso GEEN wering noodzakelijk

Juni 2013