Kinkhoest is een erg besmettelijke ziekte van de keel, neus en longen. Het wordt veroorzaakt door een bacterie, die zorgt voor lange hoestbuien. Mensen noemen kinkhoest ook wel de ‘100-dagen-hoest’. Iedereen kan kinkhoest krijgen. Ook als je gevaccineerd bent, maar dan kan het zijn dat je minder ziek bent. Heb jij of heeft jouw kind kinkhoest? Blijf dan uit de buurt van jonge baby’s en zwangere vrouwen. Informeer de kinderopvang, peuterspeelzaal of basisschool.
Blijf uit de buurt van jonge baby’s die nog niet gevaccineerd zijn. Heb ook geen contact met vrouwen die bijna gaan bevallen. Laat de kinderopvang, peuterspeelzaal of basisschool weten dat jij of je kind kinkhoest hebt. Zij kunnen dan met de GGD overleggen of er maatregelen nodig zijn.
Neem altijd contact op met de huisarts:
als er iemand met kinkhoest in het gezin is en je baby is niet beschermd;
als er iemand met kinkhoest in het gezin is en je bent hoogzwanger. De huisarts kijkt dan of alle gezinsleden antibiotica nodig hebben, zodat de (aanstaande) baby geen kinkhoest krijgt.
Dit kun je zelf doen
Kinkhoest begint vaak met klachten die lijken op een gewone neusverkoudheid. Na 1 tot 2 weken begint het hoesten. Het hoesten wordt steeds ergers, vooral ’s nachts. De hoest kan een piepend geluid maken bij het inademen. Na een paar weken wordt het hoesten langzaam minder. Kinkhoest kan leiden tot een longontsteking.Na een hoestbui kan iemand soms overgeven. Kinkhoest is vooral gevaarlijk voor pasgeboren baby’s, omdat zij uitgeput raken door het hoesten en hierdoor minder drinken. Het vele hoesten kan zorgen voor gebrek aan zuurstof.
De meeste kinderen in Nederland worden gevaccineerd tegen kinkhoest via het Rijksvaccinatieprogramma. Dat is de DKTP-vaccinatie. Zwangeren kunnen de 22-wekenprik halen om henzelf en hun baby tegen kinkhoest te beschermen.
Je kunt ook kinkhoest krijgen als je gevaccineerd bent, maar dan kan het zijn dat je minder ziek bent.
Ga naar de huisarts als je wilt testen of je kinkhoest hebt. De huisarts kanook zeggen of een behandeling met antibiotica nodig is. Maar als duidelijk is dat iemand kinkhoest heeft, heeft het lichaam de bacterie vaak zelf al opgeruimd. Behandeling met antibiotica heeft dan geen zin meer. Het hoesten kan dan nog wel even duren.
Mensen die last hebben van de klachten kunnen hoestdrank of neusdruppels gebruiken.
Dit doet de GGD
Bij een melding van kinkhoestdoet de GGD bron- en contactonderzoek. We kijken met wie de patiënt contact heeft gehad. Als het nodig is, controleren we ook of deze mensen zijn gevaccineerd en geven we advies over mogelijke maatregelen.
De GGD vaccineert zwangeren en kinderen op de leeftijd van 3 maanden, 5 maanden, 12 maanden en 4 jaar. Dit gebeurt met de DKTP-vaccinatie via het Rijksvaccinatieprogramma.
Een overzicht van de vaccinaties van jouw kind vind je op de vaccinatiekaart die je ontvangt na de geboorte. Ben je deze kaart kwijt, dan kun je een nieuwe kaart aanvragen bij het RIVM.
Vragen over kinkhoest?
Bel dan088 0031 333. We zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8:30 – 17:00.