Veelgestelde vragen over tuberculose

  • Hoe vaak komt tuberculose nog voor?

    In Nederland neemt het aantal tuberculosepatiënten geleidelijk af. Elk jaar krijgen nog ongeveer 850 mensen deze ziekte. Maar tuberculose is wel nog een groot probleem in veel andere landen. Negen miljoen mensen krijgen deze ziekte en meer dan één miljoen mensen overlijden aan de gevolgen, vaak doordat ze geen goede behandeling krijgen. De ziekte is soms moeilijk te bestrijden, met name als de bacterie resistent is voor de meest gebruikte medicijnen of door de combinatie met HIV. 

  • Wie krijgt een vaccinatie (BCG)?

    In landen waar tuberculose veel voorkomt krijgen kinderen kort na de geboorte een vaccinatie die beschermt tegen de ernstigste vormen en complicaties van tuberculose. In Nederland krijgen alleen kinderen die jonger zijn dan 12 jaar en van wie één of beide ouders uit een land komt waar tuberculose nog veel voorkomt deze vaccinatie. Een volwassene krijgt soms een advies voor deze vaccinatie bij langdurige of risicovolle reizen. Bijvoorbeeld als je gaat werken in de gezondheidszorg van een land waar veel tuberculose voorkomt. 

  • Hoe werkt een contactonderzoek?

    Iemand met longtuberculose kan andere mensen infecteren. De directe omgeving van de patiënt loopt het meeste risico. Zij worden daarom als eerste uitgenodigd voor onderzoek. De verpleegkundige maakt samen met de patiënt een namenlijst en nodigt de contacten uit voor onderzoek. 

  • Wie begeleidt de patiënt?

    De specialist (in het ziekenhuis of bij de GGD) die de patiënt behandelt en de medicijnen voorschrijft, informeert de GGD over de behandeling. De verpleegkundige van de GGD gaat bij de patiënt op bezoek. Deze kan alle vragen over de ziekte beantwoorden en geeft praktische tips over hoe om te gaan met de ziekte, het innemen van de medicijnen en adviezen ten aanzien van besmettelijkheid voor de omgeving. Tijdens de behandeling blijft de verpleegkundige contact houden met de patiënt. 

  • Hoe wordt tuberculose behandeld?

    De behandeling van tuberculose bestaat uit een combinatie van verschillende medicijnen (antibiotica) en duurt minimaal zes maanden. Er kunnen bijwerkingen zijn. Als de bacterie resistent is tegen de twee krachtigste antibiotica is er sprake van multiresistente tuberculose. De behandeling duurt dan vaak minimaal negen maanden of langer.