Rond de leeftijd van 3 maanden heb je met je baby een afspraak op het consultatiebureau. Tijdens dit contactmoment helpen we je graag bij de vragen, twijfels en zorgen die je misschien hebt over de groei en ontwikkeling van je baby. Op deze pagina lees je wat je kan verwachten van deze afspraak, welke prikken je baby krijgt, wat je meeneemt en hoe je de afspraak kan verzetten als dat nodig is. Ook krijg je praktische tips over de ontwikkelingen die je rond deze leeftijd kunt zien bij je kindje.
Wat doen we tijdens de afspraak rond 3 maanden?
We praten over hoe het met jullie gaat
We onderzoeken het hoofdje, het hart, de ogen en de heupen van je baby
Je baby krijgt 3 prikken
We praten samen over de eerste oefenhapjes voor je baby
We bekijken samen hoe je baby groeit en zich ontwikkelt.
We bekijken bijvoorbeeld of je baby naar de eigen handjes kijkt of al met geluidjes reageert als je tegen je baby praat. We kijken ook hoe je baby dit doet. Bekijk voor meer informatie deze filmpjes over het ontwikkelingsonderzoek van TNO.
Als je kind dat prettig vindt: een speentje of speeltje.
Is het nodig om de afspraak te verzetten?
Dat regel je heel gemakkelijk zelf via het JGZ-portaal. In dit portaal kun je ook altijd het dossier van je kind van 0 t/m 11 jaar bekijken. Log in met jouw eigen DigiD, dus niet met de DigiD van jouw kind.
Lukt het niet om de afspraak te verzetten? Of heb je geen DigiD? Bel ons dan via 088 0031 414 van maandag tot en met vrijdag van 8:00 – 17:00.
Welke ontwikkelingen zie je op deze leeftijd?
Ieder kindje ontwikkelt zich op een eigen manier en in een eigen tempo. Over het algemeen zien we rond deze leeftijd vaak:
Minder krampjes
Meestal krijgt je baby vanaf deze maand minder krampjes en is de huilpiek voorbij. Is dat voor jouw baby anders? Kijk voor tips eens bij de antwoorden op veelgestelde vragen over krampjes. Of bespreek dit op het consultatiebureau, we denken graag met je mee.
Beter slaapritme
Je baby slaapt ’s nachts waarschijnlijk steeds langer. Overdag slaapt je baby juist korter.
Steeds meer contact met je baby
Praat veel met je baby en geef je baby de kans om te reageren. Doe dit bijvoorbeeld bij het aankleden, in bad doen en in bed leggen. Zo bouw je samen een band op én stimuleer je de taalontwikkeling.
Oefenen met omrollen
Oefent je baby al voor het omrollen? Dan gooit je baby de beentjes in de lucht en laat ze daarna opzij vallen. Sommige baby’s doen dit al vanaf 4 maanden, de meeste baby’s kunnen zich rond 6 maanden omrollen.
Maakt je baby steeds smakkende geluidjes of kijkt je baby jou het eten uit de mond? En kan je kind al rechtop zitten en goed slikken? Dan kun je vanaf 4 maanden starten met oefenhapjes. Het hoeft niet, want pas vanaf 6 maanden heeft je baby ook vaste voeding nodig naast de borst- of flesvoeding.
Laat je baby nooit alleen op de commode of bijvoorbeeld de bank liggen
Geef je baby de ruimte om veilig om te rollen
Zorg dat je baby veilig kan slapen in het bedje, zonder grote knuffels, zijligkussens, hoofdbeschermers of babynestje.
Voorlezen
Je baby vindt het fijn om naar je vertrouwde stem te luisteren. Voorlezen versterkt de band met je baby én verbetert de taalontwikkeling. Meld je gratis aan bij de bibliotheek en kijk voor voorleestips bij Boekstart.
Heb je eerder vragen of zorgen, bijvoorbeeld over voeding, groei, slapen of huilen? Je bent van harte welkom op het inloopspreekuur van het consultatiebureau. Heb je andere vragen, bel ons op 088 0031 414, we zijn er van maandag tot en met vrijdag van 8:30-17:00.
Je kunt ook telefonisch advies aanvragen van een jeugdverpleegkundige. Stuur ons een appje dat je graag advies wil van een jeugdverpleegkundige en beschrijf je vraag. Meer gegevens zijn niet nodig. Wij nemen contact met je op van maandag tot en met vrijdag van 8:30 – 17:00.
De komende dagen worden opnieuw warm in Brabant. Voor veel mensen betekent dat genieten van het mooie weer, maar voor zwangere vrouwen brengt hitte extra gezondheidsrisico’s met zich mee. Daarom is het belangrijk om tijdens warme dagen goed op jezelf te letten.
Het gaat over het algemeen goed met kinderen in de provincie Brabant, maar er zijn ook duidelijke gezondheidsrisico’s voor de toekomst.
Lees verder
De baby is moe:
Bleek gezicht
Gapen
In ogen wrijven
Wegkijken of wegdraaien
Huilen of jengelen
Drukker worden
De baby heeft honger:
Minder diep slapen
Zuigen op de handjes
Smakken of happen met de mond
Zoeken naar de borst of fles
Geluid maken of huilen
Tong uitsteken
Huilen
Kijk goed naar je baby
Leer je baby goed kennen. Je kunt dan zien wat hij wil. Je kunt hier dan goed op reageren. Iedere baby is anders. Te vroeg geboren baby’s laten soms minder goed zien wat ze nodig hebben. Dus kijk goed naar je eigen baby.
In onderstaande video zie je ook wat je baby nodig heeft
https://youtu.be/VfaEhaFYjKQ
Slaap met bewegen en geluidjes
Is je baby net in slaap gevallen? In het eerste half uur beweegt je baby vaak nog veel. Ook maakt hij soms geluidjes en kunnen zijn ogen even open gaan. Dit doet hij in zijn slaap. Misschien denk je dat hij nog wakker is, maar meestal slaapt hij dan al. Wacht even en pak je baby niet op. Van het oppakken kan je baby weer wakker worden. Laat hem in zijn bed liggen. Dan kan hij rustig verder slapen.
Stille slaap
Na een half uur slapen wordt het bewegen minder. De baby ligt stil en maakt weinig geluid. Hij haalt rustig adem. Je baby slaapt nu dieper. Hij wordt minder makkelijk wakker. Hij slaapt zo ongeveer een half uur.
Na de stille slaap
Na een half uur stille slaap kan de baby weer wat meer gaan bewegen. En gaat hij weer wat geluid maken. Dit heet weer: slapen met bewegen en geluidjes. Het kan ook dat hij nu wakker wordt. Wacht even en kijk goed wat je baby doet. Wordt hij echt wakker? Dan kun je hem uit bed halen. Is hij nog in slaap, met bewegen en geluidjes? En is het nog geen tijd voor een voeding? Laat hem dan rustig liggen. Dan kan hij verder slapen. Na een half uur komt hij dan weer in de stille slaap.
Slaap bij 0 tot 8 weken
In de eerste weken slaapt je baby veel. Ongeveer 9 tot 20 uur per 24 uur. Het kan erg verschillen per baby. De slaap is verdeeld over de dag en de nacht. Een baby slaapt niet lang achter elkaar. Je baby wordt vaak kort wakker om te voeden. Om even aandacht te krijgen. Ook huilt je baby veel. Na een half uur to t 1 uur wakker zijn wordt je baby weer moe.
Slaap bij 2 tot 3 maanden
Je baby slaapt 9 tot 18 uur per 24 uur en wordt vaak kort wakker. Het slapen van je baby krijgt nu een patroon. Je baby kan iets langer slapen in de avond en nacht. En is overdag na het slapen iets minder snel moe. Je baby is moe na ongeveer 1 uur en een kwartier wakker zijn.
Slaap bij 3 tot 6 maanden
Je baby slaapt 9 tot 17,5 uur per 24 uur. Je baby is overdag moe na 1 tot 2,5 uur wakker zijn.
Slaap bij 6 maanden
De meeste baby’s kunnen nu 5 uur achter elkaar slapen zonder wakker te worden. Dat heet doorslapen. Sommige baby’s slapen pas 5 uur of langer als ze 1 jaar oud zijn. Je baby slaapt overdag ongeveer 1 tot 4 keer.
Slaap bij 1 jaar
De meeste baby’s slapen nu 8 of 9 uur achter elkaar zonder wakker te worden. Je baby slaapt 13 tot 16 uur per 24 uur. Je baby slaapt overdag ongeveer 1 tot 2 keer.
Slaap bij 2 jaar
Je kind slaapt 10 tot 14 uur per 24 uur. Je kind slaapt overdag ongeveer 1 tot 2 keer. Sommige kinderen hebben nu overdag geen slaap meer nodig. Sommige kinderen doen tot de leeftijd van 6 jaar nog 1 slaapje overdag. Kijk wat jouw kind nodig heeft.
Leg je kind moe maar wakker in bed.
Een baby kan nog niet altijd zelf in slaap vallen. Dat kun je hem wel leren. Kijk naar je baby om te zien of hij moe is. Leg je kind moe, maar wakker in bed. Bij het in slaap vallen kan hij even huilen. Wacht even en pak hem niet meteen op. Hij leert zo zelf in slaap te vallen. Een kind dat heel erg moe is, valt meestal moeilijker in slaap. Leg het kind dus op tijd in bed als je ziet dat hij moe begint te worden.
Lukt het je baby niet om in slaap te vallen?
Soms kan je baby niet zelf in slaap vallen. Kijk even goed naar je baby: is het te warm in de kamer? Of te koud? Heeft hij gepoept of geplast? Heeft hij pijn of is hij ziek? Dan help je je baby hiermee.
Soms is er niks bijzonders met de baby. Hij kan gewoon niet in slaap vallen. Laat hem dan in zijn bed liggen. Troost je baby door over zijn hoofd of buik te aaien. Praat zachtjes tegen hem. Troost hem tot hij rustig is. Hij kan dan zelf in slaap vallen. Wordt je baby niet rustig? En blijft hij huilen? Pak hem dan op. Troost hem tot hij rustig is. Leg hem weer wakker in bed. Zo leert hij zelf in slaap te vallen.
Een donkere, koele kamer om in te slapen
Een goede temperatuur helpt met slapen. Een temperatuur van 16 tot 20 graden Celsius in de kamer is goed.
Je kunt in de nek van je kind voelen of hij het te warm of te koud heeft. Zweet je kind? Dan is het te warm. Is zijn nek koud? Dan heeft hij het te koud. Zorg ervoor dat de kamer ‘s nachts donker is. Je kunt een nachtlampje gebruiken. Kies een lampje dat niet te fel licht geeft. Overdag hoeft de kamer niet helemaal donker te zijn. Overdag is een beetje donker ook goed.
Knuffelen en spelen met je baby overdag
Speel en knuffel overdag met je baby. Zeg lieve dingen tegen hem. Doe de dingen met je baby elke dag op dezelfde manier. En op ongeveer hetzelfde moment op de dag. Bijvoorbeeld voeden, spelen, verhaaltje voorlezen en in bed leggen.
Doe voor het slapen rustige dingen met je baby
Doe ongeveer een half uur voor het slapen rustige dingen met je baby. Bijvoorbeeld de luier verschonen, een liedje zingen, of knuffelen. Doe dit elke dag op dezelfde manier. Dit helpt je baby om in slaap te vallen. Laat je baby voor het slapen niet naar een telefoon, tv of computer kijken. Hier wordt hij wakker van.
Inbakeren
Inbakeren kan soms helpen om het kind te laten slapen. Wil je je kind inbakeren? Neem contact op met het consultatiebureau. We vertellen je dan hoe je dit goed kunt doen. Let er goed op dat de doek bij het inbakeren niet over het hoofd, de mond of neus van je kind zit. Inbakeren kan wanneer je kind 1 week of ouder is. Je stopt altijd met inbakeren als je kind zichzelf wil gaan omdraaien. Dan is inbakeren niet meer veilig. Als je kind 6 maanden oud is stop je altijd met inbakeren. Het kind is dan te oud om in te bakeren.
Alle baby’s huilen. Dat is normaal. Een baby heeft verschillende redenen om te huilen. Soms huilt je baby om contact met je te maken. Soms huilt je baby omdat hij honger heeft, pijn heeft of moe is. Of ziek is. En soms huilt een baby zomaar. Het is normaal dat een baby een aantal uur huilt per dag. Hieronder zie je hoe lang baby’s gemiddeld huilen. Kijk en luister goed naar je baby. Zo leer je jouw baby kennen. Je leert dan wat je kindje wil en hoe je hierop kunt reageren.
In week 1 en 2
In de eerste 2 weken huilt je baby ongeveer 1 tot 1,5 uur per dag.
In week 2 tot en met 6
Je baby gaat meer huilen. Dus langer dan 1 tot 1,5 uur per dag.
In week 6 tot en met 8
In deze weken huilt je baby het meest: ongeveer 2 tot 2,5 uur per dag. Dit is normaal. Maar het kan heel moeilijk zijn voor ouders. Na week 8 wordt het huilen minder.
In week 8 tot en met 12
In week 8 tot en met 12 gaat de baby minder huilen. Meestal 1 tot 1,5 uur per dag.
Vanaf week 12 tot en met 1 jaar
Het huilen van je baby blijft hetzelfde. Je baby huilt ongeveer 1 tot 1,5 uur per dag. Vaak huilt je baby nu wat meer in de avond.
Het is gevaarlijk om je baby te schudden
Het huilen kan heel moeilijk zijn voor ouders. Het kan je verdrietig, gestrest of boos maken. Ga weg bij de baby als je boos bent of veel stress hebt. Schud je baby nooit! Dat is heel gevaarlijk voor je baby. Je baby kan doodgaan. Of een beperking krijgen.
Praat met anderen
Heb je vragen? Of vind je het huilen van je baby moeilijk? Zorg goed voor jezelf. Vraag op tijd om hulp. En praat erover met anderen. Bijvoorbeeld met je partner, familie of vrienden. Of praat er met ons over tijdens je bezoek aan het consultatiebureau.
Als je baby tussen de 4 en 6 maanden is, kun je een paar kleine 1e oefenhapjes geven. Je baby heeft nog steeds borstvoeding of flesvoeding nodig. Begin niet eerder dan 4 maanden met oefenhapjes. Als je nog een paar weken wil wachten, is dat ook goed.
Vanaf 6 maanden heeft je kindje vaste voeding ook echt nodig naast de borst- of flesvoeding.
1. Voeden
Je geeft je baby voeding na het wakker worden. Je baby heeft dan energie om goed te drinken. Als hij goed gedronken heeft, heeft hij tijdens het slapen minder snel honger. En kan hij wat langer slapen.
2. Aandacht op schoot
Als hij genoeg gedronken heeft, is hij even wakker. Je kunt hem op schoot nemen en knuffelen. Of je laat hem even alleen spelen, bijvoorbeeld in de box.
3. De baby laat zien dat hij slaap heeft
Wanneer je baby moe wordt laat hij zien dat hij slaap heeft. Wil je weten hoe je dit kunt zien? Klik dan hier.
4. Naar bed, zelf in slaap vallen
Als je baby moe is, leg je hem wakker in bed. Zo leert hij zelf in slaap vallen. Bij het in bed leggen kan het helpen om de baby eerst op de zij te leggen en meteen daarna op zijn rug te rollen. Dan schrikt de baby minder van het in bed leggen. Zorg ervoor dat de baby altijd op de rug in bed ligt om te slapen.
5. Slapen
De baby slaapt.
6. Baby laat zien dat hij honger heeft
Je kunt het zien als je baby honger krijgt. Dit kun je soms al zien in zijn slaap. Het kan ook dat je baby wakker wordt van de honger. Weten hoe je kunt zien of je baby honger heeft? Je geeft hem dan voeding. En dan begint het weer bij 1: voeden.
Wat is rust, regelmaat, voorspelbaarheid en prikkelreductie?
Rust staat voor een gezonde afwisseling van slapen en waken. Regelmaat is dezelfde opeenvolging van gebeurtenissen in een vaste volgorde. Ook herhaling is belangrijk. Daarmee bedoelen we dezelfde activiteit doe je op dezelfde plek, zoals spelen in de box en slapen in bed. Regelmaat en herhaling geven voorspelbaarheid. Jouw kind snapt wat je straks gaat doen. En dat geeft een veilig gevoel. Prikkelreductie betekent zorgen dat je jouw baby niet teveel indrukken geeft.
Hoe doe je dat?
✔ Rust, prikkelreductie
Zorg overdag voor rust door je baby structuur te bieden. Voorkom te veel prikkels.
Wat zijn prikkels?
Prikkels zijn indrukken door drukte in huis, zoals andere kinderen die rondom het slapen veel lawaai maken, de radio of de televisie. Hoe minder spanning en opwinding voor het slapen, hoe makkelijker een kind in slaap valt. Zo vind je het misschien leuk om nog even een kiekeboe spelletje te doen vlak voor het slapen. Het kan je baby vrolijk maken, maar het kan ook voor extra prikkels zorgen, waardoor je baby lastiger in slaap valt. Gebruik je soms een telefoon of tablet om je baby rustig te maken? Daarvan kan je baby slechter gaan slapen. Doe dit zo min mogelijk en zeker niet rond het avondeten of bedtijd. Ook een vaste slaapplek geeft rust.
Wat kun je doen?
Ruim het huis op en voorkom te harde geluiden van bijvoorbeeld tv, computer, broertjes of zusjes. Je geeft ook rust door zelf rustig te zijn en lief tegen je kind te praten of te zingen.
✔ Regelmaat, voorspelbaarheid
Baby’s houden van herhaling. Een baby ervaart elke dag weer iets nieuws wat hij hoort, ruikt ziet en voelt. Het is dan fijn als er ook dingen zijn die iedere dag hetzelfde gaan, bijvoorbeeld dezelfde gebeurtenis op dezelfde plek. Dit geeft voorspelbaarheid.
Wat kun je doen?
Volg een vast patroon (ritueel) bij het naar bed gaan. Doe ook alles in een vaste volgorde als je baby wakker wordt: eerst een schone luier, dan voeden, dan knuffelen of spelen in de box en weer naar bed als hij moe wordt. Als je ergens anders bent, probeer dan zoveel mogelijk hetzelfde patroon te volgen. Vertel anderen ook over deze gewoonten, bijvoorbeeld wanneer je baby bij familie slaapt. Het is voor je kind ook fijn als jij vertelt wat jullie gaan doen.